(Door Pepijn)
Vandaag ben ik gaan wandelen. Ik doe dat wel vaker. Ik ga graag hardlopen, maar in Brussel is dat heuvel-op, heuvel-af (wij wonen op de heuvel, dus de terugweg is per definitie heuvel-op), dus regelmatig kies ik voor de minder intensieve variant, te weten de wandeling van een paar uur door de stad. Ik vind dat een mooie manier om het sportieve ding te combineren met het belangrijke ding: de stad ontdekken. Ik neem dan bijvoorbeeld de tram naar een (onbekende) andere kant van de stad en loop dan terug naar huis door (bij voorkeur) onbekende stadsdelen, parken en wijken.
Vandaag voerde de wandeling mij (niet geheel toevallig) naar het stadsdeel St. Jean - Molenbeek. Molenbeek is in Brussel de laatste tijd herhaaldelijk in het nieuws wegens rellen tussen recalcitrante jongeren, met een Arabisch-Marokkaanse achtergrond, en de politie. Met name in de recente Ramadan was de wijk in de avonduren herhaaldelijk het toneel van scenes die met name aan de voorsteden van Parijs doen denken.
Vanmiddag stapte ik uit op het metro-station Ribeaucourt, aan de Leopold II-laan, vlak bij de 'scene of the crime', zogezegd. Verbazing was mijn deel. Bij 'rellen' denk ik aan onduidelijke voorsteden waar je, als je er niets te zoeken hebt, je niet verzeild raakt. De Leopold II-laan, nabij de Basiliek van Koekelberg, is, evenwel, een van de grote verkeersaders van de stad en geldt nauwelijks als dubieus en afgelegen in mijn opinie.
Dit echter gezegd hebbende: toen ik vervolgens vanaf deze 'cosmopolitische' verkeersader, een vrij onbeduidende zijstraat insloeg, bevond ik mij direct in een andere wereld, van naar mijn indruk voornamelijk uit de Maghreb afkomstige Brusselaars. Kortweg kan gesteld dat ik de enige 'witmans' binnen oogbereik was en dat ik mij bevond in een omgeving van belhuizen, 'alimentations', gesluierde dames met boodschappenwagentjes, en jongemannen met lederen jacks, spijkerbroeken, plakhaar en veel, erg veel, groepsgedrag.
Wat ik hier eigenlijk wil zeggen is dit: In recente jaren heb ik, zowel door omstandigheden als door interesse, redelijk wat 'oude binnensteden' bezocht. Op wat ik in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam zag, is Brussel zeker geen uitzondering. In Schaerbeek, in Brussel, woont ongeveer iedereen: Turken, Marokkanen, Afrikanen, en voor mijn ongeoefende oog lijkt dat redelijk los te lopen. In Sint Joost ten Noode, in Brussel, waar ik in 2004 woonde, lijken Arabieren en Afrikanen, alsmede 'autochtone' Brusselaren, in relatieve harmonie samen te leven.
Ik heb op mijn wandeling door Molenbeek geen enkele reden aangetroffen om aan te nemen dat het hier iets anders is dan 'pais en vree'. De krant vertelt mij evenwel dat de wijk wekelijks (in het weekend) explodeert en een 'no-go-area' is voor de politie. Waar ligt dit aan? Voor de duidelijkheid: ik weet het niet, maar wat me opvalt, is dat ik zelden een dergelijke, voor mijn oog, mono-etnische wijk ben tegengekomen (buiten de nieuwbouwwijken van Waddinxveen, Bergambacht en Pijnacker, dan). Waar zijn de 'Belgen'? Negers, ergens? Bollywoodshop, anyone? Ik ben eigenlijk alleen 'Arabieren' tegengekomen, hetgeen op een paar kilometer van de zetel van de Europese Unie toch vrij opvallend is.
Dit alles leid me tot een voor mij terugkerende gedachte: Begrip kan alleen maar voortkomen uit diversiteit. Net zo als 'onze' Geerts Wilders, naar mijn indruk, veelal aanhang vindt in witte 'Croma-wijken' (ookwel 'bloemkool-wijken' genoemd; waar de kinderen 'Nigel', 'Leroy', of 'Eugenie' heten en de Oranje vlaggetjes rond voetbalwedstrijden gretig aftrek vinden), zo leidt de mono-etnische 'halal-wijk' tot hetzelfde. Laat me duidelijk zijn, ik geloof echt niet dat diversiteit ons per definitie tot begrijpende wereldburgers gaat maken. Ik geloof er echter wel in dat diversiteit ons - soms hardhandig - leert tolerant te zijn.
Verschillende mensen, van verschillende herkomsten, in een wijk, zullen noodgedwongen met elkaar moeten samenleven. Vlamingen, Walen, Arabieren, homo's, negers, studenten, zelfs Nederlanders; het is het oude machtsevenwicht. Pas wanneer een bepaalde bevolkingsgroep de overhand krijgt en gaat bepalen wat 'normaal' is, verdwijnt verdraagzaamheid uit het raam.
Ik ben zelf opgegroeid is een wereld van blanke achterhoekers, voor wie mijn moeder, mijn zus en ik, als bijzonder 'raar' golden. Ik heb lang geloofd dat iedere andere omgeving per definitie minder verstikkend zou zijn. Na vandaag begrijp ik echter wat meer dat het niet zozeer uitmaakt waar je opgroeit, maar dat het gaat om de houding van mensen..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten